Delftsblauw is een uniek stukje Nederlandse geschiedenis. Begin 17e eeuw ontstonden in Europa initiatieven om zelf porselein te maken. Het Chinese porselein dat in de 16e eeuw zeer populair was kon niet meer geïmporteerd worden. In 1620 overleed de toenmalige Chinese keizer Wanli. Dit betekende het einde van de succesvolle Ming dynastie. China verkeerde voor een lange tijd in een periode van grote chaos en stopte met de export van het porselein.
Europa kampte hierdoor met een groot tekort aan kwalitatief goed servies, mede omdat het aardewerken servies kwalitatief lang niet zo goed was als het Chinese porselein. Omdat de alternatieven niet voorhanden waren, startten in eerste instantie Duitsland en Frankrijk met eigen fabrieken, waarin werd getracht om het Chinese porselein te imiteren. Ook in Delft betekende dit het begin van een gehele nieuwe industrie.
Procedé
Delftsblauw was aardewerk, en geen porselein. Het bestandsdeel kaolien ontbrak. Delftsblauw bestond uit een combinatie van verschillende soorten klei uit Delft en Duitsland. Tevens bevatte het mergel, een materiaal dat bestaat uit kalk.
De klei werd behandeld zodat deze soepel werd en makkelijk in allerlei vormen zoals schotels, vazen en tegeltjes kon worden gelegd. Hierna werd deze gebakken op een temperatuur van ongeveer 1000 graden Celsius.
Na het bakken werd een glazuurlaag aangebracht over het aardewerk. Na een nieuwe bakronde heb je de onbeschilderde vorm van Delftsblauw aardewerk! Het enige wat nu nog ontbreekt aan de bekende vazen, tegels en potjes zijn de bekende decoraties. Geïnspireerd door de grote invloed van Chinees porselein, werden in eerste instantie veel objecten beschilderd met Chinese tekeningen. Later werden ook de blauwe afbeeldingen van Nederlandse landschappen, stadsgezichten, rivieren, zee en bootjes (‘werden’ weg) erg beroemd.
Na het aanbrengen van de decoraties werden de gedecoreerde items nog eenmaal gebakken. Eerst werd een extra glazuurlaag over de decoraties aangebracht, en vervolgens werd in de oven de glazuurlaag verhit zodat een glad resultaat werd bereikt. Met het doorlopen van al deze handelingen ontstond het echte originele Delftsblauw!
Succes en het einde van het succes
Na een lange periode van succes vanaf het begin van de 17e eeuw kwam in 1750 de sleet in de productie. De aardewerkfabrikanten produceerden steeds commerciëlere producten waardoor de kwaliteit en de vraag gestaag afliepen. Toen Engeland in 1800 de markt betrad met kwalitatief beter en goedkoper porselein, stortte de productie in. Waar in de hoogtijdagen van het succes nog 33 bakkerijen in Delft actief waren, nam dit aantal af tot tien stuks in 1794 en bleef uiteindelijk alleen ‘de Porceleyne Fles’ geopend. Ook nu bestaat de Porceleyne Fles nog. De fabriek is te bezichtigen door bezoekers, tijdens het bezoek kun je zien hoe Delftsblauw nog steeds wordt gemaakt. Er bestaan veel verzamelaars voor Delftsblauw. Ook in het buitenland is er nog steeds vraag naar originele werken uit Delft van tussen de 17e en begin 18e eeuw.