Wanneer je spreekt over de etiquette van het tafeldekken, komt dit letterlijk tot uiting in de manier waarop de tafel gedekt wordt. Maar met de gedachte erachter is belangrijk, namelijk de gastvrijheid van de gastheer en gastvrouw.
Tafel dekken
Voor het dekken van de tafel bestaan standaard regels. Die je bij ieder diner met een officieel of feestelijk tintje kunt gebruiken.
Een handig stappenplan voor de perfecte tafeldekking:
- Aankleding tafel
Start met een lege tafel en kleedt deze aan met een chique tafelkleed, passend bij de gelegenheid. Kijk hierbij naar kleur, ontwerp en de totale uitstraling van het kleed. Houdt bij het kiezen van het tafelkleed rekening met de servetten, tafellopers en eventuele placemats. Deze dienen allemaal bij elkaar te passen, qua stijl en qua (contrasterende) kleuren.
Na het neerleggen van het tafelkleed kun je gelijk de tafellopers en placemats op hun plaats leggen. - De borden
De volgende stap is het neerleggen van de borden. Zet de borden in het midden van elke zitplek. Het eerste bord dat je plaatst is een onderbord of het bord voor het hoofdgerecht. Zorg ervoor dat de borden netjes tegenover elkaar staan, en houdt een vingerbreedte afstand van de tafelrand.
Op het onderbord worden de borden of kommen in chronologische volgorde geplaatst voor de gerechten die opgediend worden. Links boven het bord kan eventueel een klein bordje worden neergezet bestemd voor een voorafje zoals een broodje of een salade. - Het bestek
Na het plaatsen van de borden kan het bestek worden ingedekt. Dit eetgerei staat ook bekend onder de Franse naam “couvert”. Het gaat hiermee om welk bestek je op tafel dekt tijdens een etentje. Het couvert bestaat uit:
Voorgerecht (klein formaat)
- Mes
- Lepel
- Vork
Hoofdgerecht (groot formaat)
- Mes
- Lepel
- Vork
Dessert (klein formaat)
- Dessertmes
- Dessertlepel
- Dessertvork
Optioneel
- Koffielepels/theelepels
- Taartvorkjes
- Visvork
- Sauslepels
- Opscheplepels
- Slakkentang
Bestek indekken
Het indekken van bestek werkt als volg: de vorken worden aan de linkerkant van het bord neergelegd, en de messen en lepels aan de rechterkant van het bord. Het bestek wordt van binnen naar buiten gedekt, het bestek voor het hoofdgerecht ligt dus het dichtst bij de borden. Het lemmet van het mes ligt aan de kant van het bord.
Afhankelijk van het soort bestek wordt het dessertservies in horizontale positie boven het bord neergelegd. Het maximum van het dessertservies is drie stuks. Hierbij ligt het mesje (met het lemmet wijzend naar links, het snijvlak naar het bord toe) het dichtst bij het bord. De vork ligt hierboven. De tanden van de vork liggen aan de rechterkant. Een dessertlepeltje ligt bovenaan, met de bolle kant gericht naar links. Het bestek voor het toetje, ligt dus om en om gedekt.
Tot slot dek je nog een mesje (en eventueel een vorkje of lepeltje) op het kleine bordje voor een amuse.
- Glasservies
Nu kan het glasservies worden ingedekt. Hierbij wordt het eerste glas (waterglas) gedekt rechtsboven van het bord, precies boven het mes voor het hoofdgerecht. Een rode wijnglas wordt rechts van het waterglas geplaatst, deze komt iets dichter bij de tafelrand te staan. Een tweede (witte) wijnglas kan linksboven het eerste glas worden neergezet, zodat de glazen diagonaal staan opgesteld. Een tweede optie is om deze ook rechtsboven het rode wijnglas glas te zetten. Het witte wijnglas staat dan qua afstand tot de tafelrand gelijk aan het waterglas. Hierdoor ontstaat als het ware een driehoek. - Servetten
Servetten worden links van de vorken geplaatst. De servetten kun je vouwen. Hier kun je tips vinden voor leuke ontwerpen: http://www.roterochs.de/nederlands/servettenvouwen. Ook kun je gebruik maken van een servetring om de servetten te presenteren. - Tafelaccessoires
Tot slot worden de laatste tafelaccessoires op tafel gedekt. Je kunt hierbij denken aan peper en zout stelletjes, of bijvoorbeeld aan kandelaars en kaarsen. Zorg ervoor dat je de accessoires netjes over de tafel verdeelt.